MARTINI GEEFT DE FORMULE 1 WAT ITALIAANSE FLAIR

Text by Dieter Moeyaert

Wat eet een Formule 1-piloot?
Je ooit afgevraagd wat er zich afspeelt achter de coulissen van het Formule 1-circus? Waar filmsterren en sporthelden, onder het genot van een glas champagne, de geur opsnuiven van kerosine en verbrand rubber? Een ritje in een bolide zat er net niet in, maar dankzij het Williams-team en hoofdsponsor Martini kon VENUEZ een kant van de ultieme racesport ontdekken die normaal verborgen blijft voor het grote publiek. En dat stelde niet teleur.

Williams-Hospitality-1.jpg

Alsof ze ons net de Heilige Graal hadden gegeven, zo nemen we de pitpas – een geplastificeerd kaartje aan een fluogeel lint, bedrukt met hologrammen en codes – in ontvangst. Dit stukje karton geeft ons toegang tot de plek waar de meeste Formule 1-fans enkel van kunnen dromen: de paddock en de pitgarage, het gedeelte van het racecircus waar de teams hun wagens prepareren, en waar ze hun sponsors en andere speciale gasten ontvangen voor een onvergetelijke ervaring.

Ardennen
We staan aan de draaipoorten van de paddock, diep in de buik van het circuitcomplex van Spa-Francorchamps. Links en rechts van ons rijden shuttlebusjes af en aan, waar mensen in teamkledij uitstappen en weer in verdwijnen. Gehaast houden ze hun pasje voor het oog van de poorten, waarna ze in de krioelende mensenzee verdwijnen. Dit moet snel gaan: Formule 1 is een wereld waarin niet alleen de auto’s maar ook beroemdheden, pitbazen, perslui, fotografen en crewleden zich vooruithaasten.

Als in een droom wandelen we door de poort, en staan we waar we nog nooit een voet hebben gezet. Gigantische, glimmende motorhomes van wel drie verdiepingen hoog torenen boven ons uit. Schuifdeuren van getint glas glijden open en dicht, reikhalzend kijken we uit of we geen piloot kunnen herkennen. Maar die zitten allang in hun bolides, klaar om aan de kwalificaties van deze Belgische Grand Prix te beginnen. Spa-Francorchamps, met zijn snelle en uitdagende bochten, is één van de circuits waar de piloten het meest naar uitkijken. Op het bochtige parcours, dat zich over de heuvelruggen en door de bossen van de Ardennen slingert, onderscheidt het kaf van de racepiloten zich van het koren.

Omdat het kaartje om onze nek ons werd aangeboden door Williams, is de felwitte motorhome van het team de eerste – en, zo blijkt later, de enige – die we bezoeken. We krijgen een rondleiding van Andrew Taylor, de man die instaat voor de hospitality van Williams.

Williams-Hospitality-2.jpg

“De gelijkvloerse verdieping van dit motorhome beschouwen we als ons bistrocafé”, vertelt Andrew, terwijl we aan het rijkgevulde buffet oude Formule 1-helden herkennen als Johnnie Herbert en Martin Brundle. Frank Williams, de legendarische, aan een rolstoel gekluisterde baas van het team, kunnen we voorlopig nergens ontwaren. “Dit is waar we onze honderd teamleden van eten en drinken voorzien, samen met mediamensen en andere gasten. Zij kunnen hier 24 uur per dag terecht voor een stevige hap of een koffie. Er is altijd ruimte, er gebeurt altijd iets. Dagelijks passeren hier twee- tot driehonderd gasten.”

Zesgangenmenu
We nemen de trap aan de voorkant van het gebouw. Terwijl het geroezemoes van de stemmen en de luid spelende televisieschermen wegsterft, komen we op de eerste verdieping. Het is een oase van rust, met zachte muziek, en foto’s van legendarische momenten en figuren uit de geschiedenis van Williams aan de muur. “Dit is ons restaurant”, zegt Andrew zacht. “Hier zorgen we voor mooi meubilair, het personeel beweegt zich veel trager, de temperatuur en zelfs de geur is anders. We steken veel energie in kleine dingen, die voor een andere atmosfeer zorgen.”

Hier worden de bijzondere gasten van het team op een zesgangenmenu getrakteerd. De Britse tweesterrenchef Michael Caines verzorgt het menu, en inspireert zich voor elke Grand Prix (jaarlijks zijn dat er tussen de achttien en de twintig, van Europa over Azië tot in Zuid-Amerika en de Verenigde Staten) op de lokale cuisine. “Doorheen de jaren hebben we een mooi netwerk opgebouwd met lokale leveranciers”, aldus Andrew. “Zij voorzien ons van de beste ingrediënten die hun land te bieden heeft. Hier zijn we bijvoorbeeld kind aan huis bij een bakkerij in Francorchamps. Ze kennen ons bij naam en voornaam, en het voelt alsof we thuis komen wanneer we bij ze aankloppen.”

Doorgaans kiest Caines enkele aangepaste wijnen bij de gangen van het menu, maar in het geval van deze Grand Prix, liet hij zich inspireren door Belgiës rijkgevulde biercultuur. Een gekaramelliseerde uiensoep gaat samen met een Leffe Blond, dan volgt een groententerrine met Duvel, en krijgen we verder nog duif met maispuree en madeirasaus voorgeschoteld, samen met een Ichtegemse Grand Cru. 

Olympische Spelen
Andrew vertelt wat over zijn eigen achtergrond in gastronomie, en zijn curriculum slaat ons met verstomming. Zo blijkt dat hij onder meer instond voor alle food & beverage van de Olympische Spelen in Londen, in 2012. “Een pittige job,” grinnikt hij, “die me bezighield van 2006 tot 2012. De laatste twee jaar ervan waren quasi non-stop. In vijf maanden tijd hebben we 8,6 miljoen mensen van voedsel en drank voorzien. Ik heb ook het hospitalitypackage van het Wembleystadion ontworpen. Op een wedstrijddag moet je 30.000 mensen voeden in de loges, plus nog eens 90.000 mensen van hotdogs en bier voorzien op de tribunes. Een redelijk complexe operatie dus.”

“Niet dat mijn opdracht bij Williams zo makkelijk is”, gaat Andrew verder. “We doen twintig Grands Prix over de hele wereld, en vaak is er om de twee weken, of zelfs om de week, een andere race. Je hebt teams nodig om de motorhomes op te zetten en weer af te breken. Alle voorzieningen moeten tijdig op hun plaats aankomen – nu is het augustus, maar we weten al welke lading we rond Kerstmis naar Singapore gaan versluizen, voor een Grand Prix van het volgende seizoen. Daarbovenop moet ik ons bezoekerscentrum en de conferentieruimte van het Williams-hoofdkwartier, in het Engelse Grove, draaiende houden.”

“Het is een constant bewegende puzzel,” zucht hij, “en ik ben de persoon die de verschillende losse stukken in beweging houdt. Het gaat allemaal non-stop, en je kunt er niets meer aan veranderen eenmaal de machine in beweging is.” Of hij dat wel leuk vindt? “Oh, ik zou niet zonder kunnen”, grinnikt hij. “It makes life fun. Ik ben graag bezig, en ik houd van ingewikkelde dingen.”

Terrazza
Tot slot troont Andrew ons mee naar de bovenverdieping van het motorhome. Daar belanden we op een zonovergoten terrazza, met in het midden een prachtige Martinibar. Aan de linkerkant hebben we een mooi uitzicht op La Source, de scherpe bocht net na de start-finishlijn, en aan de rechterkant strekt de Eau Rouge, een legendarische, zwiepende bocht omhoog, zich uit in al zijn glorie. Intussen filteren de eerste bolides uit de pitstraat, en laten de piloten de achthonderd paarden van hun turbomotoren vlak naast de paddock de vrije teugel.

Het is een kabaal waarbij horen en zien vergaat, maar we genieten met volle teugen. “Zin in een Martini-tonic?”, vraagt de vriendelijke barman. Met een copa vol glinsterende en knisperende aperitiefdrank leunen we tegen de rand van het terras, terwijl de Formule 1-auto’s onder ons langs flitsen. We kunnen de ogen van de piloten bijna zien. Of dit het mooiste uitzicht is van de paddock, vragen we aan de barman. “Reken maar”, grijnst die. “Al is het zicht op de haven van Monaco ook niet slecht. Maar het leukste zicht van deze job is wanneer mensen voor het eerst deze trap op komen, en de bar zien. Alsof ze in Wonderland terechtgekomen zijn.”

Wanneer we terug op de benedenverdieping zijn, en de schuifdeuren voor ons opengaan, kijken we nog vlug even achterom. Daar rolt hij net uit zijn kantoor, in zijn rolstoel: Frank Williams. Hij kijkt ons recht in de ogen. We lachen, en zwaaien. Zijn ogen glinsteren, en hij heft zijn hand op, als afscheid. Dan wandelen we het zonlicht in, en sluiten de spiegelglazen deuren zich weer achter ons.

Met dank aan Martini. Bezoek zeker het prachtige Martini Terrazza, dat ter gelegenheid van de Belgische Grand Prix naast het station van Luik neerstrijkt, van 25 tot en met 27 augustus

Photo by Johan Van Droogenbroeck/Image Zone